-
Megablunder na drie jaar
Posted on March 14th, 2010 No commentsGeneeskunde vermoedt dat het veroorzaken van pedagogisch ongemak, het hebben van concentratiestoornissen en even de moed laten zakken, te wijten zou zijn aan serotonine- of dopaminetekorten.
Vandaar het supplementaire, maar lucratieve nieuwe vermoeden dat een zware neurologische stoornis die tekorten zou veroorzaken.
Recente wetenschappelijke studies tonen aan dat serotonine of dopamine daar helemaal niets mee te maken hebben. (mijn laatste boek ISBN: 978-908152130-7)Dus geen neurologische aandoening als oorzaak van ADHD- of depressief gedrag.
Wel toont evidence (van de bekende ‘evidence based medicine’) aan dat patiëntjes en moedelozen duidelijke tekorten vertonen aan cocaïnepreparaten en (of) stoffen met zowel het oude als het nieuwe amfetaminepatroon.
Het is nu precies omwille van dat nieuwe amfetaminepatroon dat healthcare die tekorten aan neurotransmitters heeft uitgevonden.
Het ADHD-keizerrijk heeft daar enkele jaren later handig op ingespeeld met dopamine.
Voordat Prozac in 1987 als nieuwe amfetaminedoping (phenylpropylamine ipv. phenylethylamine) in de handel kwam, was doping nog gewone doping, daarom verboden en daarom ook onder een opiumwetgeving.
Met het commercialiseren van deze nieuwe klasse, wou men niet het risico lopen op een negatief (doping)imago en nog minder op een vervelende opiumreglementering, vandaar dat de actieve dopingmetaboliet via een instabiele zuurstofbrug aan een ‘inerte’ stof als masker werd gekoppeld.
En toen werd de meest geniale commerciële leugen van de laatste twintig jaren bedacht.
De nieuwe doping kreeg een positief gelaat, het gelaat van de wondere medicatie, die tekorten, waaraan veel zieken (zie ook het off-label gebruik) kunnen lijden, zodanig kan recycleren (re-uptake), dat het dopingeffect zowaar echt de schijn kreeg van een miraculeuze genezing.
Iedereen geloofde het re-uptakeverhaal al moest men in de handboeken over de fysiologie van het neuron met de hand het heropnamemechanisme bijtekenen op de afbeeldingen van de opnames die met de elektronenmicroscoop werden gemaakt.
Handboeken van voor 1987 spreken en tonen niet eens heropnamedeeltjes.

In feite is dat ‘raadsel’ van het bijtekenen niet zo moeilijk op te lossen als we de moeite nemen om de literatuur er op na te slaan. Te beginnen met een stukje van de bladzijden 109 en 110 van Psychofarmaca door Solomon Snyder uit 1986/1988(Ned, vertaling).
[…] In Zweden bedacht Marie Asberg een manier om afwijkingen in de serotoninehuishouding van levende mensen vast te stellen. Ze nam monsters cerebrospinale vloeistof van depressieve patiënten en onderzocht deze op één van de afbraakproducten van serotonine. Deze meting leverde zelfs een betere maat op voor de afgifte van serotonine dan de eigenlijke serotonineconcentratie zelf, omdat bij sneller vurende serotonineneuronen de afgegeven serotonine direct wordt afgebroken en het verhoogde verbruik alleen in de toegenomen hoeveelheid stofwisselingsproducten terug is te vinden. Het serotoninegehalte in de neuronen zelf loopt niet terug omdat homeostatische mechanismen ervoor zorgen dat er telkens nieuw serotonine wordt aangemaakt. In hoofdstuk 3 zagen we hoe het dopaminepeil op vergelijkbare wijze constant wordt gehouden. […]
Grappig is de constatering dat er ondanks het toevoegen van die heropnamepomp voor serotonine in de tweede druk toch elders in de tekst nog de opmerking is blijven bestaan dat de afgegeven serotonine direct wordt afgebroken!
Achteraf leugens invoegen, wordt altijd wel ergens door verraden.
Zelfs op vandaag kan niemand dat re-uptake mechanisme wetenschappelijk bevestigen.Dit verhaal heeft alleen gediend om gedurende meer dan twintig jaar vermeende zieken te drogeren met psychotica, zodat bij chronisch gebruik ervan (een ingestelde toxicomanie) bipolair diende gecorrigeerd te worden door ze chemisch te laten balanceren op de psychotica en de antipsychotica.
Meer dan twintig jaar lang verrijkte healthcare zich met de waan, dat men sukkelaars voor hun gezondheid behandelt met veilige medicatie, terwijl die sukkelaars eigenlijk een toxicomanie met psychotica aangesmeerd kregen en daar bovendien ook nog aan verslaafd zijn geraakt.
Vandaag is nog steeds niet duidelijk waarom artsen geen tekorten aan harddrugs meten, vooraleer men een toxicomanie met deze gevaarlijke en verslavende stoffen opstart.
Wel schijnt het ontstane dwangmatig psychotisch gedrag door een behandeling, een soort rustgevend effect te veroorzaken bij zowel de omgeving als de patiënten en het controleverlies over het gedrag wordt verklaard als een comorbiditeit.
Een medisch dogma waarover geen discussie mogelijk is.Waarom blijven universiteiten en medische beroepen zwijgen over deze leugen?
Zelfs overheden vervalsen jaarlijkse verbruikgegevens van de psychotica die aan kinderen worden toegediend om geen maatregelen te hoeven nemen.
Zelfs artsen worden opgeleid om, bij sterfgevallen door chronisch te drogeren, niet eens een pulmonaire hypertensie te herkennen, omdat de veilige waan van de psychotica niet in gevaar mag komen.Artsen beseffen zelfs niet eens dat men bij ADHD een chronische vasoconstrictie doet ontstaan, die bij hersencellen in volle groei de broodnodige zuurstofaanvoer verhindert, zodat op termijn een dementie kan ontstaan.
Hetzelfde wanneer deze harddrugs ook bij depressies chronisch de bloedvaten doen dichtklappen.En dan hebben we het nog niet over het dichtklappen rond het hart.
Pulmonaire hypertensies met de amfetamine, hongerpreparaten zorgden ervoor dat in de jaren negentig, die amfetamines uit de handel werden gehaald.De cocaïnes (methylphenidaat, Champix,Trazolan) en het nieuwe amfetaminepatrron van de SSRI’s, doen het op net dezelfde manier en sinds 23/12/2009 werd in Amsterdam al een departement opgericht om jonge dementen te behandelen.
Die jonge dementen zijn ziek aan wat men een ‘vasculaire’ Alzheimer heeft genoemd, de Alzheimer die ontstaat door de gekende amyloideplakken, die in feite niets anders zijn dan de afgestorven hersencellen, die kapot gemaakt werden, doordat de chronische vasoconstrictie van ADHD-medicatie en SSRI’s ervoor zorgde dat de broodnodige zuurstoftoevoer voor hen afgesloten is gebleven.
Vanaf nu, zal healthcare opnieuw heel rijk worden, met dure vaccinaties tegen die nieuwe Alzheimer, om zogezegd via het boosten van het immuunsysteem met genanoniseerde peptiden, de troep van kapotte hersencellen, die de eiwitplakken zijn, te proberen op te ruimen uit de hersenpan.
Maar wie garandeert, dat die genanoniseerde peptidenpatronen niet ook op het menselijk DNA zullen inwerken om testen uit te voeren, waarover niemand eigenlijk mag en kan spreken?
Iets zoals de wereldwijde tests met genanoniseerde squaleen, waarvoor de komedie van een voorbije grieppandemie als oogverblinding werd opgevoerd.Waar blijven de wetenschappers, die aan universiteiten promoveren met dat soort van wetenschappelijke informatie?
Bang dat een succesvolle carrière zal gekraakt worden?
-
Megablunder verlaagt psychiatrie tot kwakzalverij.
Posted on September 1st, 2009 No comments
Megablunder verlaagt psychiatrie tot kwakzalverij.
Dit zijn de symptomen die men gebruikt om een ongeneeslijke neurobiologische aandoening bij kinderen te VERMOEDEN.
- let vaak niet goed op details of maakt slordigheidsfouten in schoolwerk of bij andere activiteiten;
- heeft vaak moeite om de aandacht bij een taak of spel te houden;
- lijkt vaak niet te luisteren wanneer iemand het woord tot hem of haar richt;
- heeft vaak moeite om instructies volledig te volgen en maakt schoolwerk, taken of verplichtingen op het werk niet af (niet het gevolg van oppositioneel gedrag of het onvermogen instructies te begrijpen);
- heeft vaak moeite om taken en activiteiten te organiseren;
- gaat taken die een langdurige mentale inzet vereisen (zoals schoolwerk of huiswerk) vaak uit de weg; heeft er een hekel aan of toont tegenzin ermee te beginnen;
- raakt vaak dingen kwijt die nodig zijn voor taken of bezigheden (bijvoorbeeld speelgoed, opgaven van school, potloden, boeken of gereedschap);
- wordt vaak gemakkelijk afgeleid door uitwendige prikkels;
- is vaak vergeetachtig bij dagelijkse bezigheden;
- beweegt vaak onrustig de handen of voeten of wiebelt op zijn stoel;
- staat op van zijn plaats in de klas of in andere situaties waar wordt verwacht dat er iemand blijft zitten;
- rent in situaties waar dit ongepast is vaak rond of klautert overal in (bij adolescenten en volwassenen kan dit beperkt blijven tot een subjectief gevoel van rusteloosheid);
- kan moeilijk rustig spelen of zich bezighouden met ontspannend activiteiten;
- is vaak in de weer of draaft maar door;
- praat vaak aan een stuk door;
- gooit het antwoord er al uit voordat de vraag is afgemaakt;
- verstoort vaak bezigheden van anderen of dringt zich op;
- heeft vaak moeite met op zijn/haar beurt te wachten.
Geen enkele arts die in psychiatrie of neurologie gespecialiseerd is, toont daarmee een neurobiologische stoornis aan, die bovendien ongeneeslijk zou zijn.
Maar een goede score halen op de schaal, die aangeeft in welke mate het multidisciplinair team zichzelf ongeschikt verklaart en zich belemmerd weet in wat men het zelfverklaard pedagogisch comfort noemt, moet een arts, een wetenschapper, overtuigen, dat die ongeschiktheid en die belemmering een zogezegd wetenschappelijk bewijs aanbrengen van een vermoeden van een neurobiologische aandoening… bij de kinderen dan nog.
Waarmee men een chronische toxicomanie met cocaïne- of amfetaminestoffen kan starten, tot ze als dwangmatig psychotisch een kleinere pedagogische overlast veroorzaken.
Terwijl die optelsom eigenlijk een oordeel schetst van hoe het team bekwaam (of onbekwaam) is om om te gaan met kinderen, die op een simpele manier doodgewoon kind zijn en wel met enige pedagogische ‘kennis’ en ‘vaardigheid’ zouden moeten begeleid worden.
Vandaar dat GPOS (Geprojecteerd Pedagogisch Onmacht Syndroom) hier veel dichter bij het probleem staat dan ADHD.
Waarom laten de artsen na om bij het kind cocaïne- of amfetaminetekorten te meten, zodanig dat men een zicht kan krijgen in hoever men moet doseren?
Zoals men met insulinetekorten doet bij diabetici?
Geneeskunde vertelt immers dat cocaïne en (of) amfetamine, de tekorten bij die kinderen corrigeren.Of als er andere tekorten zijn, waarom meet men die niet?
En hoe corrigeren cocaïne en(of) amfetamine dan die onbekende andere stoffen?En waarom stimuleren stimulantia bij ADHD de zieke kindjes niet, terwijl ze dat wel doen bij de gezonden?
Een goede vraag waar artsen het antwoord erop het liefst verzwijgen.
Maar hier komt het.Bij de gezonden (ook ADHD-ers zijn fysiek -zelfs heel- gezond) , drogeert (stimuleert) men met lage doseringen doping (zie WHO: ddd=30mg/70kg lichaamsgewicht bij methylphenidaat en ddd=15mg/70kg lichaamsgewicht bij amfetamine) .
Vandaar dat men gezonden (ook diegenen waarbij men ADHD alleen maar vermoedt) ermee hyperkinetisch kan ’stimuleren’.
Het College ter Beoordeling van Geneesmiddelen schreef zelfs, dat lage doses de symptomen van ADHD verergeren.Het geheim immers van ADHD-artsen.
Bemerk eens de doseringen die nodig zijn om kinderen eerst hevig op te winden en om ze daarna, door meer te geven, dwangmatig psychotisch en tot ieders voldoening pedagogisch lekker gaar te krijgen.
Zelfs wanneer ze steeds lichter gaan wegen, stijgt meestal de dosering in plaats van ze te doen dalen.
Bij deze dan de verklaring van hoe de ADHD-epidemie is kunnen tot stand komen.
Maar wie in godsnaam kwam op het idee om daarvoor kinderen te stigmatiseren, ze met een toxicomanie psychotisch de psychiatrie in te jagen – bemerk het winstgevend bipolair chemisch balanceren op de psychotica en de antipsychotica, Dipiperon, Risperdal – , ze ermee te laten zelfmoorden en doodvallen en verslaafd te worden aan de doping die ze onterecht opgedrongen werden, omdat de omgeving van die kinderen zelf lijdt aan het onvermogen om als volwassenen met die (eigen en dezelfde) symptomen om te gaan.
Stel nu eens dat de Duitse psychiatrische klinieken in de jaren 1930-1940 hun levensonwaardige levens in plaats van ze te vergassen, langzamer en lucratiever hadden geëxtermineerd met gevaarlijke chemische stoffen?
Ook door de psychiatrie.Is dit nu beschaafder omdat er meer en heel veel geld mee verdiend wordt?
Of omdat de maatschappij zich verkijkt op de gladde gezichten van zij die een toxicomanie mogen instellen en instand houden, zelfs bij kinderen, zelfs voor pedagogisch comfort, dat men dan voor de gelegenheid een neurobiologische aandoening is gaan noemen.










Reacties