Over het werkingsmechanisme van ADHD-medicatie en antidepressiva.
RSS icon Home icon
  • Pedofilie: check de media uit 1996

    Posted on March 28th, 2014 Fernand Haesbrouck No comments

    De waarheid, en voor wie haar soms geweld aandoet.
    Laat de bevolking oordelen.

    Marc Grammens schreef in december 2011 (tijdens 541 dagen regeringsonderhandelingen) een overzicht van de kranten uit 1996.

    Toevallig ook rond die tijd overkwam mij iets vreemds, wat uiteindelijk uitmondde in het samenvloeien van een en ander en ervoor zorgde dat ik (door onder meer notarieel gesjoemel) nu in een financiële wurggreep word gehouden.

    Na 22 november 2013 en de puzzel rond de moord op JF.Kennedy stopte ik de strijd voor het bekend maken van de farmacologie van psychotisch makende stoffen.
    Tien jaar is lang geweest.

    Voortaan is het aan de maatschappij, mijn werk daarover is volbracht.

    Aldus schreef Marc Grammens

    Een chanteerbaar eerste minister?Als EIio di Rupo nu of later Belgisch eerste minister wordt, dan moeten de autoriteiten en de pers ervan uitgaan dat zijn verleden in de internationale media zal worden opgerakeld, en over dat verleden is door toedoen van ondermeer toenmalig eerste minister Jean-Luc Dehaene niet alles bekend.

    Er kunnen dus nog geraamten uit de kast vallen.

    Als de Britse pers een deelnemer aan het overleg tussen Europese regeringsleiders als een van pedofiele seksuele praktijken verdacht eerste minister kan te kijk stellen, zal ze zeker niet nalaten dat te doen. En meteen zal ook de reputatie van België – dat nog steeds in de wereld bekend staat als het land van Dutroux – weer duchtig in het gedrang komen.

    Het was immers een publieke schande dat Di Rupo, toen serieuze verdenkingen bij zijn levenswandel werden geuit, niet is moeten aftreden.

    Met andere woorden: in het dossier-Di Rupo van de jaren negentig van vorige eeuw versmelten verdenkingen van seksuele omgang met kinderen en een politieke doofpottenbeleid.

    Toen de doofpot een feit was, zei Hugo de Ridder (in De Nieuwe Panorama, 6.11.97) woordelijk dat Dehaene Di Rupo niet had mogen handhaven als vice-premier, want Di Rupo “gaf toe dat hij wisselende seksuele kontakten had gehad met jongeren”.

    De Ridder vond dit “een ongeoorloofd machtsmisbruik van een minister”, vandaag zou men zeggen: geen geringer machtsmisbruik dan wanneer een bisschop dit doet.

    De zaak begon met een onbetrouwbaar getuigenis van een fantast.

    De aanklacht die daaruit voorvloeide, werd terecht geseponeerd door het gerecht. Maar onder tussen waren er nog tenminste twee stevige dossiers wegens pedofilie tegen Di Rupo samengesteld, en die waren wel serieus.

    De dossiers kwamen onder politieke invloed bij het Hof van Cassatie terecht, waar ze tot ergernis van de prokureur-generaal in de vergeethoek belandden. De regering-Dehaene kon aanblijven, en de waarheid over de beschuldigingen tegen Di Rupo werd niet meer achterhaald, zelfs niet meer onderzocht.

    Toenmalig PS-voorzitter Busquin had zijn beschermeling Di Rupo gered door met een regeringskrisis to dreigen.

    Het Hof van Cassatie kwam er aan te pas op initiatief van de Kamer, die aan dat Hof de taak had toegekend om de beschuldigingen tegen een minister in funktie (Di Rupo was vice-premier) te onderzoeken. In de praktijk werd het onderzoek zo onttrokken aan de bevoegde speurders.

    Mw Liekendael, prokureur-generaal, had het later publiek (De Standaard, 2.9.98) over een “onaangename ervaring” en betreurde dat dit te maken had met “de moreel verwerpelijke levenswandel van in opspraak gekomen ministers”.

    Van zijn kant vertelde de Brusselse prokureur Van Oudenhove aan de bevoegde Kamerkommissie over een doofpotoperatie.

    De aanwijzingen tegen Di Rupo waren volgens hem (DeStandaard, 21.11.96) sterk genoeg om een gewone in vervolgingstellling to bevelen, maar dat is door de tussenkomst van de Kamer niet gebeurd.

    Het dossier waar de Kamerleden dienden over te oordelen en dat zij, door het naar Cassatie te verwijzen, aan het gerecht onttrokken, was inmiddels de inzet geworden van een partijpolitiek spel.

    Het gerecht kreeg voor dit onderzoek ongewone beperkingen opgelegd.

    Volgens Dirk Achten in De Standaard (Hoofdart., 22.11.96, onder de sprekende titel “Kan dit nog?”), reageerden vele politici “met sprakeloze verbazing” op “de beschermingsoperaties rond Di Rupo”, die operaties, aldus Achten, duwen “het prestige van de regering naar een dieptepunt’.

    De regering-Dehaene moest op dat moment op eieren lopen om in leven to blijven, en kon zich geen twist met de PS veroorloven.

    Dehaene was politiek verplicht Di Rupo te beschermen hoewel er volgens prokureur Van Oudenhove “voldoende ernstige feiten voorlagen om Di Rupo in beschuldiging te stellen”.

    De politiek verhinderde dit, “een schande” volgens Van Oudenhove (De Standaard, 21.11.96).

    Door een juridische spitsvondigheid wist de Kamer wel het dossier maar niet de man Di Rupo, naar Cassatie (dat over ministers in funktie dient te oordelen) te verwijzen, zodat Di Rupo buiten schot bleef.

    Deze formule, die leidde tot een feitelijke seponering, werd in de toenmalige CVP doorgedrukt door Dehaene. Hij hield staande dat het dit was, of een regeringscrisis en nieuwe verkiezingen.

    Door een “bruut machtsspel” (De Standaard, 14.12.96) werd Di Rupo door de politiek, tegen de mening van het gerecht in, witgewassen van pedofiele en derhalve strafbare seks.

    Busquin verdedigde dit met te zeggen dat het “privé-leven” van politici niemands zaken zijn, en vergat het te hebben over misdadige pedofiele toestanden (De Standaard, 19.11.96). Tot degenen die participeerden in de witwasoperatie behoorden de toen jonge CVP’ers Tony van Parys en Jo Vandeurzen.

    De wet, die dezelfde is voor Henegouwse socialisten als voor Vlaamse priesters, verbiedt seksuele kontakten van meerderjarigen met jongeren.

    Di Rupo heeft nooit expliciet ontkend dat dit hem was overkomen.

    Volgens het parket betrof slechts één procent van de getuigenissen in de dossiers al te lichtzinnige en ongeloofwaardige verklaringen (De Standaard, 11.12.96).

    In het Brusselse homomilieu werden vele jongeren tot lang na het seponeren van de zaak nog ondervraagd over hun kontakten met Di Rupo (Het Laatste Nieuws, 2.7.98).

    Ook kwamen dossiers naar boven uit Bergen over het leven van Di Rupo in de stad waar hij burgemeester was (Het Laatste Nieuws, 10.7.98), plus dossiers uit Namen uit het jaar 1996 (De Morgen, 5.3.98). Het Duitse weekblad Der Stern (1.3.97) bezorgde zijn lezers een vrijwel volledig overzicht van alle beschikbare feiten en aantijgingen.

    Geheel afgezien van de strafbare feiten, wat hierover te denken? Dit schreef Manu Ruys over Di Rupo in De Standaard van die dagen (22.11.96):
    De nummer twee van de regering (Di Rupo, in de regering-Dehaene is een 45-jarige man die over macht, prestige en geld beschikt, nachtelijke bars frekwenteert, intieme relaties zoekt met sociaal zwakkere jongeren, en vragen naar hun leeftijd ontwijkt of niet relevant noemt.

    Ook als het niet om minderjarigen gaat, blijft de politieke vraag of zo’n man als vice-premier het land en de koning kan vertegenwoordigen. Het gerecht werd in zijn eer en reputatie gekwetst. (…) Het is de regerende coalitie die verkrampt en beschaamd zijwegen opgaat om de positie van het kabinet te redden”.

    Wil een land door zijn keuze van de eerste minister geassocieerd worden met iemand die vluchtige seksuele kontakten onderhoudt met minderjarigen?
    Iemand die in zijn vrije tijd het nachtleven van Brussel, Luik of waar dan ook, opzoekt, – iemand die, los van schuld en onschuld, in zijn privéleven politiek onaanvaardbare risico’s neemt, die dus een milieu frekwenteert dat misbruik kan maken van zijn kwetsbaarheid?

    Laat het land zich uiteindelijk verzoend hebben met het initiatief van de eigen troepen van de toenmalige vice-eerste minister in de wetgevende macht (parlement) en de uitvoerende macht (regering), die het zaakje uit de bevoegdheid van de rechtsprekende macht (parket) hebben gehaald en er toen geen (de)Haan(e) kraaide over de grondwettelijke scheiding der machten.
    Maar op vandaag, nu al meer dan 10 jaar lang, steunt macht van de man op het melken van de ziekteverzekering om zijn partij gigantische chantagegelden te laten betalen in verband met nog in omloop zijnde videocassetten (in de PV’s: K7 genoemd, cassettes in het Frans) en bezwarende fotoalbums.

    Het zijn moeilijke tijden voor iedereen en de belastingen zijn behoorlijk gestegen, maar tot op vandaag blijft de bevolking meebetalen voor het ontkennen en verborgen houden van de holocaust gepleegd door “de moreel verwerpelijke levenswandel van in opspraak gekomen ministers”.
    Woorden van Mw.Lieckendael, toenmalig (buitenspel gezette) procureur-generaal.

    De rol van 1996 in de context van mijn verhaal staat op NB769, mijn farmacologie op NB760 en de maatschappelijke bedenkingen op NB768.

    Be Sociable, Share!
     Digg  Facebook  StumbleUpon  Technorati  Deli.cio.us 

    Leave a reply

    You must be logged in to post a comment.